Tekstvak:  Financieel OnderzoeksBureau Apeldoorn

Interview De Telegraaf

Woensdag 7 september 2005

Fiscus haalt uit buitenland honderden miljoenen op

Belasting ontduiken is steeds moeilijker

HEERHUGOWAARD – Sluipwegen blijven altijd bestaan, maar het wordt steeds moeilijker geld op buitenlandse rekeningen en buitenlands onroerend goed uit het zicht van de fiscus te houden. Een van de aanstichters van de jacht op zwarte spaartegoeden in vreemde landen is Ton Apeldoorn (57). De oud-Fiod medewerker is sinds zijn vervroegde uittreding eerder dit jaar voor zichzelf begonnen. Wie denkt dat hij zwartspaarders helpt om hun euro’s illegaal te witten, komt bedrogen uit. “Ik ben absoluut niet van plan aan de andere kant van de tafel te gaan zitten.”

Het begon allemaal in 2001, toen Apeldoorn, destijds nog werkzaam bij de fiscale opsporingsdienst Fiod-ECD, een mysterieuze enveloppe op zijn bureau vond. Daarin zaten gegevens van Nederlanders die een geheime rekening hadden bij de Luxemburgse bank KB Lux. De speurtocht naar de zwartspaarders begon, bemoeilijkt door het feit dat er alleen rekeningnummers en namen bekend waren. Afzender van de enveloppe was de Belgische fiscus, die enkele jaren eerder stuitte op door ontevreden KB Lux-medewerkers bij de bank ontvreemde informatie.

Voor Apeldoorn waren de geheime rekeningen aanleiding het onderzoek naar zwarte tegoeden in het buitenland te verbreden. Immers: “als een van de grootste banken in Luxemburg zo’n 10.000 Nederlandse rekeninghouders telt, dan zijn er in héél Europa waarschijnlijk een paar honderdduizend rekeninghouders, met een geschat gezamenlijk tegoed van zo’n 50 miljard.” Ondanks tegenwerkingen binnen de dienst, die aanvankelijk niet het nut van de operatie inzag, zette de ondernemende Apeldoorn door. En hij kreeg gelijk. Sinds de jacht op buitenlandse spaartegoeden is geopend, inmiddels uitgebreid met gegevens over tweede huizen in het buitenland, zijn honderden miljoenen euro’s aan ontdoken belastinggeld binnengehaald.

Het project Buitenlands Vermogen gaat nog zeker twee jaar door, maar Apeldoorn is begin dit jaar vervroegd met pensioen gegaan. “Ik heb nog aangeboden twee jaar langer te blijven. Ik had nog tientallen miljoenen extra aan belastinggeld kunnen opsporen. In ruil daarvoor vroeg ik 10.000 extra salaris. Dat bleek onbespreekbaar. Zo ‘ondernemend’ is de overheid,” merkt hij cynisch op.

Vanuit zijn woning in Heerhugowaard helpt de oud-Fiod man de fiscus nu tóch nog een handje. Hij adviseert mensen voor 100 euro per uur hoe ze in het reine kunnen komen met de Belastingdienst. Tot nu toe heeft Apeldoorn zo’n twintig cliënten gehad. In de loop van volgend jaar verwacht hij het drukker te krijgen omdat verschillende Europese belastingdiensten gegevens gaan uitwisselen. Deze uitruil komt voort uit de sinds 1 juli 2005 actief geworden spaarrenterichtlijn. Landen als Luxemburg,België en Oostenrijk en het niet EU-land Zwitserland doen niet mee aan de uitwisseling. Die houden alleen bronbelasting over de rente in en sluizen dat zonder bronvermelding door naar ons land. Apeldoorn voorziet een hausse aan spijtoptanten.  “Maar al te druk wil ik het ook niet krijgen, ik ben ten slotte met pensioen”, glimlacht hij, kijkend hoe een fuut in de vijver achter zijn huis een visje verschalkt.

Met zijn adviesbureau Foba, gestationeerd in een werkkamer bovenop de garage van zijn woning, rekent hij aan potentiële inkeerders voor wat ze kwijt zijn als ze zich melden bij de fiscus. Bijvoorbeeld iemand met 150.000 euro op een rekening in Zwitserland zal daarvan 30% belasting plus rente aan de Belastingdienst moeten afdragen. “Vervolgens kan hij zijn rekening opheffen en leuke dingen gaan doen met het geld, dat dan schoon is. Ik ben de schakel tussen de mensen en de fiscus”, legt Apeldoorn uit. “Het is echter aan de mensen zelf of ze daadwerkelijk willen inkeren.”

Wie zijn geld liever zwart houdt, riskeert een fikse boete van de fiscus plús de verschuldigde belasting óf zelfs strafrechtelijke vervolging, met de aantekening dat daarbij onderscheid gemaakt wordt tussen ‘oud’ en ‘nieuw’ geld. De Nederlandse belastingdienst mag over de opbrengst van het zwarte buitenlandse vermogen tot twaalf jaar terug navorderen. Alles wat ouder is, valt buiten het bereik van de fiscus.

De navorderingstermijn van 12 jaar geldt niet wanneer het zwarte geld in Nederland is verdiend. In dat geval geldt een navorderingstermijn van 5 jaar. Dus over de zwarte omzet over het jaar 2000 kon de fiscus nog tot het einde van dit jaar de belasting navorderen.

Theoretisch kunnen mensen met zwart geld in een land dat geen bankgegevens uitwisselt hun geld nog even laten staan; pas over een jaar of negen gaan ook deze landen gegevens uitwisselen met ons land en is het bankgeheim niet meer.