Tekstvak:  Financieel OnderzoeksBureau Apeldoorn

Interview Belastingwerk

November 2005

“Die paling kan ik nu aannemen”

Dertig jaar opsporingsambtenaar bij de FIOD-ECD was Ton Apeldoorn. Het zat in zijn bloed. Toen hij dit voorjaar stopte was hij er nog niet klaar mee. Nu heeft hij zijn eigen onderneming als deskundige op het gebied van belastingzaken.

 

In het voorjaar nam Apeldoorn als 57-plusser afscheid van zijn collega's. 'Ik wilde wel blijven maar alleen voor iets meer salaris', zegt hij. 'Dat was niet bespreekbaar en toen ben ik gaan nadenken over mijn eigen onderneming. Op de afscheidsreceptie heb ik officieel mijn eigen bedrijf geopend: Financieel OnderzoeksBureau Apeldoorn. Ik werk voor klanten die te maken hebben met fiscale onderzoeken of die hun buitenlandse tegoeden willen aangeven.'

 

Onderzoek

Hij kwam in 1999 vanuit Curaçao terug. Daar had Apeldoorn meegewerkt aan het organiseren van een opsporingsdienst. Om achter fiscale boeven aan te gaan liet hij toen liever over aan anderen. 'Het is een onregelmatig leven en je bent veel en onverwacht van huis', licht hij toe. Bij de afdeling Opsporingsinformatie deed hij vervolgens onderzoek. Daar kwam hem een brief van de Belgische Belastingdienst onder ogen met tienduizend rekeningnummers en namen van mensen die tegoeden hadden bij een Luxemburgse bank. Zijn interesse was gewekt en al duurde het even voor hij anderen kon overtuigen, zijn ontdekking resulteerde uiteindelijk in het Rekeningenproject en vervolgens het project Buitenlands vermogen. Onderdeel van dat project is de 'inkeerregeling' voor belastingplichtigen die onbekend fiscaal buitenlands vermogen zelf melden. Zo wordt een boete voorkomen.

 

Inkeerders

Apeldoorn praat met liefde over zijn oude werk. 'Ik heb een heerlijk vak gehad en wat ik nu doe is een logisch vervolg. Ik heb veel contact met inkeerders. Die mensen lezen de krantenartikelen over mijn onderneming en realiseren zich waar ze mee bezig zijn. Ze willen, als ze ouder worden, schoon schip maken en hun kinderen niet belasten met zwart geld. Meestal durven ze niet zelf naar de Belastingdienst te gaan, want als je daar je spullen brengt kun je niet meer terug. Ik neem ze dan het werk uit handen, maak een berekening, leg contact met de Belastingdienst en uiteindelijk wordt een overeenkomst opgemaakt. Soms zijn mensen zo blij dat het geregeld is, dat ik wordt uitgenodigd om het te vieren. Kreeg ik laatst een kilo paling mee. Dat mag ik nu gewoon aannemen!'

 

Fouten opsporen

Apeldoorn komt ook mensen tegen die strafrechtelijk worden vervolgd. 'Ik weet dat er in onderzoeken soms fouten worden gemaakt, zegt hij met een verontschuldigende glimlach. Door mijn kennis van de processen kan ik onderzoeken tegen het licht houden en als ik fouten constateer, meld ik dat. Ik word dan als deskundige geraadpleegd. Als ik constateer dat politie of FIOD-ECD goed hebben gewerkt, dan is dat zo. Dan kan ik niets voor mijn klanten betekenen.

Het kost Apeldoorn geen moeite kritisch te zijn op de producten van zijn oude werkgever. 'Als de FIOD-ECD fout is geweest, is dat jammer. Ik heb ook fouten gemaakt in mijn werk en daar ben ik voor afgetikt. Daar leer je van. Dat moet hier ook gebeuren. De dienst heeft deskundige medewerkers, dus de kans dat ik bij hun onderzoek iets vind, is klein. Dat kan bij financiële onderzoeken van de politie anders liggen.'

 

Leedvermaak

Zijn onderneming mag niet teveel opbrengen, want er zijn tenslotte inkomensregels voor de groep 57-plussers. Zelf wil Apeldoorn het ook rustig houden. 'Ik wil leuke dingen doen. Klussen in het huis van mijn zoon bijvoorbeeld. Het gekke is, dat we dit jaar niet eens met de vouwwagen zijn weggeweest. Niet op vakantie gaan is een goede vorm van vakantie. Ik heb voortdurend het gevoel dat ik op vakantie ben. Als ik 's morgens de filemeldingen hoor, waar ik nu geen last meer van heb, dan zeg ik: "Wilt u dat even herhalen?" Puur leedvermaak.'