Even voorstellen

Buitenlands vermogen

Inkeerregeling

Spaarrenterichtlijn

Inkeerprocedure

Reacties

Interviews

FOBA

Contact

Inkeerregeling

Wat houdt de inkeerregeling in?

Als belastingplichtige kunt u voorkomen dat de fiscus u hoge boetes oplegt of dat het Openbaar Ministerie een strafrechtelijk onderzoek instelt. In beginsel bestaat de sanctie uit het opleggen van boetes tot een maximum  van 300% van het bedrag aan te betalen belasting.

De boete is een percentage van de nagevorderde belasting.

Afhankelijk van uw situatie bedraagt die boete bij verzwegen vermogen:

· 75 % bij ’grove schuld’

· 150% bij opzet

· 300% bij ernstige fraude of recidive

Een hoge boete wordt niet opgelegd als u als belastingplichtige alsnog een volledige aangifte doet van uw niet eerder aangegeven buitenlands vermogen, vóórdat u weet of redelijkerwijs kunt vermoeden dat de Belastingdienst met  de onjuistheid bekend is of zal worden.

Door gebruik te maken van de inkeerregeling voorkomt u niet alleen dat u zonder problemen kunt beschikken over uw buitenlands vermogen, maar ook dat u uw nabestaanden niet opzadelt met een fiscaal probleem.

 

Aanpassing inkeerregeling

De inkeerregeling is per 1 januari 2010 aangepast. Een inkeerder krijgt vanaf 1 januari 2010 een boete van 15% over de verschuldigde belastingen (exclusief heffingsrente) vanaf 1 juli 2010 een boete van 30% en vanaf 1 juli 2015 een boete van 60%.

Dit geldt echter niet voor de laatste twee jaar. Gedurende 2 jaar na het doen van de belastingaangifte kunt u zonder boete een vrijwillige verbetering van de belastingaangifte doen.

 

Wanneer kunt u gebruik maken van de inkeerregeling?

Het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst stellen zich op het standpunt dat u in de volgende gevallen op tijd gebruikt maakt van de inkeerregeling:

-De inspecteur heeft u nog geen vragen gesteld over uw buitenlandse vermogensbestanddelen.

-De inspecteur heeft nog geen boekenonderzoek bij u aangekondigd, waarbij verzwegen (buitenlands) inkomen of vermogen ontdekt kunnen worden.

-Een  FIOD rechercheur heeft u nog niet gemeld dat er een onderzoek tegen u loopt in verband met verzwegen (buitenlands) inkomen of vermogen.

 

Buitenlandse banktegoeden

Tot en met 2000 werd, afgezien van de rentevrijstelling, de rente over uw banktegoeden progressief belast, oplopend tot maximaal 60%!

Indien u een banktegoed in het buitenland had met een saldo van € 100.000, waarop u 4% rente (€ 4.000) ontving, kon de belastingheffing over deze rente, afgezien van de rentevrijstelling, oplopen tot maximaal € 2.400.

Uw banktegoed in het buitenland behoort vanaf 2001 tot de zogenoemde rendementsgrondslag van box 3. Over  de gemiddelde waarde (vanaf het belastingjaar 2011 over de waarde per 1 januari) van het banktegoed is, afgezien van vrijstellingen, jaarlijks 1,2% aan inkomstenbelasting verschuldigd  (de zogenaamde vermogensrendementsheffing).

Behalve in het saldo van uw buitenlandse bankrekening is de Belastingdienst ook geïnteresseerd in de herkomst van dit tegoed. Is de herkomst van dit tegoed afkomstig uit Nederlands inkomen (b.v. zwarte omzet) dan was tot begin 2010 het standpunt van de Belastingdienst dat hiervoor de navorderingstermijn gold van 5 jaar; dit in tegenstelling tot de inkomsten van uw banktegoeden in het buitenland; daarvoor geldt een navorderingstermijn van 12 jaar (zie ook hoofdstuk “Buitenlands vermogen”). Echter, sinds 2010 stelt de Belastingdienst zich op het standpunt dat ook voor binnenlandse contante ontvangsten de 12-jaars navorderingstermijn van toepassing is.

Het standpunt van de Belastingdienst is:

“Voor de toepassing van de 12-jaarstermijn is van belang dat in casu sprake is van binnenlandse contante ontvangsten die, buiten de boeken en bekende rekeningen, door middel van kasstortingen op een buitenlandse bankrekening zijn gezet, met het doel deze buiten het zicht/controlebereik van de Belastingdienst te brengen/houden. Vanaf dat moment zijn de gestorte bedragen/opbrengsten (in het buitenland) zichtbaar geworden en worden geacht aldaar te zijn opgekomen. In dat geval is de verlengde navorderingstermijn ook van toepassing. Dit blijkt ook uit de toelichting op het wetsvoorstel: ‘De rechtvaardigingsgrond voor een verruimde navorderingstermijn voor buitenlandse bestanddelen van vermogen of inkomen is immers dat de controlemiddelen van de Nederlandse fiscus te beperkt zijn om met een termijn van vijf jaren te kunnen volstaan. Deze rechtvaardigingsgrond geldt ook voor andere in het buitenland opgekomen inkomensbestanddelen die—naar men moet aannemen—met opzet buiten het controlebereik van de Nederlandse fiscus zijn gehouden. Dit kunnen dus ook arbeidsinkomsten of winstbestanddelen zijn, waarop Nederlandse heffingsbevoegdheid rust. Bij winst kan bijvoorbeeld gedacht worden aan op een buitenlandse bankrekening gestalde retourprovisies of commissies die in wezen tot de in Nederland te belasten winst behoren.’

(Kamerstukken, 21 423, nr. 3, p. 2-3.). “

Momenteel loopt er een aantal procedures, waarbij door adviseurs bewaar en beroep tegen dit standpunt is ingesteld.

 

Buitenlandse bronbelasting

Over de ontvangen rente uit bepaalde landen is soms ook buitenlandse belasting verschuldigd. Deze zogenoemde bronbelasting mag u volgens de meeste verdragen verrekenen met de in Nederland verschuldigde belasting.

Een voorbeeld zal deze methode verduidelijken:

Stel u heeft een spaartegoed in het buitenland met een saldo van € 100.000, waarop u 4% rente (€ 4.000) ontvangt. Uw totale vermogen in box 3 bedraagt € 300.000.

Afgezien van vrijstellingen bedraagt de inkomstenbelasting in box 3 derhalve 1,2% van € 300.000, zijnde
€ 3.600.

De verschuldigde belasting die betrekking heeft op uw spaartegoed in het buitenland bedraagt 1,2% van
€ 100.000, zijnde € 1.200.

Stel dat in het buitenland 35% bronbelasting is geheven. Deze 35% van € 4000, zijnde € 1400, mag u vervolgens verrekenen met de € 1.200 aan belasting die u in box 3 verschuldigd bent over dit spaartegoed.
Dit ter voorkoming van dubbele belastingheffing.

 

Belastingdienst krijgt beschikking over bankgegevens

KB Lux, Luxemburg

In 2002 kreeg de Belastingdienst de beschikking over gegevens van ca 10.000 Nederlanders die in 1994 een bankrekening hadden bij de kredietbank Luxemburg (KB Lux). Deze gegevens kreeg de Belastingdienst van de Belgische fiscus.

Van Lanschot Bankiers, Luxemburg

In 2007 kreeg de Belastingdienst de beschikking over gegevens van ca 1000 Nederlanders die in 1996 een bankrekening hadden bij de bank Van Lanschot te Luxemburg. Ook deze gegevens kreeg de Belastingdienst van de Belgische fiscus.

Dresdner Bank, Duitsland

Begin 2008 kreeg de Belastingdienst de beschikking over gegevens van duizenden Nederlanders die eind jaren 90 een bankrekening hadden bij de Dresdner Bank in Duitsland hadden. Deze gegevens kreeg de Belastingdienst van de Duitse fiscus.

LGT Bank, Liechtenstein

In 2008 kreeg de Duitse inlichtingendienst een cd-rom van een tipgever in Liechtenstein. Daarop stonden gegevens over 700 tot 1.000 vermoedelijke belastingontduikers. Duitsland heeft de opsporingsdienst FIOD-ECD ingelicht over Nederlanders die voorkomen op de lijst met rekeninghouders in Liechtenstein.

De Jager sluit deal met tipgever zwart geld

In november 2009 heeft staatsecretaris van Financiën Jan Kees de Jager een overeenkomst gesloten met een tipgever om een lijst in handen te krijgen met honderden zwartspaarders. De beloning kan oplopen tot honderdduizenden euro’s, schrijft de CDA-bewindsman aan de Tweede Kamer.

De man meldde zich in maart bij de Belastingdienst, met een dik pak papier met persoonsgegevens en rekeningnummers van Nederlanders met buitenlandse spaarrekeningen. In de maanden die volgden is uitgebreid door de landsadvocaat met de man onderhandeld over een beloning. Hij ontvangt een percentage van het geld dat de Belastingdienst via de lijst kan binnenhalen, volgens een bepaalde staffel. De Belastingdienst wil geen informatie verstrekken over de tipgever, bijvoorbeeld of hij bij een bank of een advocatenkantoor werkte en hoe hij aan de informatie is gekomen.

De Jager heeft uitgebreid ruggespraak gehouden met de landsadvocaat en het Openbaar Ministerie, voor hij besloot om met de tipgever te gaan onderhandelen. De CDA-bewindsman voelt zich gesterkt door de Hoge Raad, die anderhalf jaar geleden bepaalde dat de fiscus gegevens mocht gebruiken die afkomstig waren van microfiches die gestolen waren bij de Luxemburgse KB-Lux bank.

HSBC Bank, Geneve

De Franse fiscus heeft in oktober 2010 de Nederlandse Belastingdienst een cd-rom overhandigt met gedetailleerde gegevens over zwartspaarders in Zwitserland. Dit heeft demissionair minister van Financiën Jan Kees de Jager 6 oktober 2010 gemeld.

Op de cd-rom staan 611 bestanden, waarin namen, sofinummers, telefoonnummers en bedragen van een of meerdere zwartspaarders kunnen staan. Het totale aantal namen en de omvang van het vermogen is nog in onderzoek, meldt een woordvoerder.

Het blijkt te gaan om gegevens van de HSBC Bank te Geneve.

Rabobank Luxemburg

De honderden Nederlandse zwartspaarders die in het najaar van 2009 werden aangegeven door een geheime tipgever, bankierden bij een voormalige vestiging van Rabobank in Luxemburg.

Cd-rom's Duitsland

In 2011 heeft Duitsland overwogen drie nieuwe cd-rom’s met fiscale gegevens te kopen. Door een belastingverdrag met Duitsland heeft Nederland recht op uitwisseling van dergelijke informatie.

Nederland wil graag geïnformeerd worden over zwartspaarders als Duitsland nieuwe cd-rom’s met fiscale gegevens opkoopt. De Belastingdienst heeft interesse in de gegevens van Nederlanders die op de cd-rom staan.

 

Fiscus mag gestolen gegevens KB Lux gebruiken

De Belastingdienst mag gebruik maken van in beslag genomen gegevens over duizenden verzwegen rekeningen in het buitenland. Bankmedewerkers in Luxemburg hadden de microfiches gestolen. De Hoge Raad heeft de fiscus op 21 maart 2008 in het gelijk gesteld, in een proefprocedure die in samenspraak met een groot aantal vermogende Nederlandse belastingplichtigen was aangespannen. Begin 2006 vingen de rekeninghouders al bot bij het gerechtshof in Amsterdam.

Proefprocedure

De manier waarop rekeninghouders bij de Kredietbank Luxemburg werden achterhaald, was aanleiding voor de proefprocedure. De gestolen gegevens werden door de Belgische belastingautoriteiten naar opsporingsdienst FIOD gestuurd. Onduidelijk is hoe ze in handen zijn gekomen van de Belgische overheid, licht de Hoge Raad toe. Kernvraag was of de fiscus op basis van gestolen gegevens onderzoek mocht doen naar verzwegen bankrekeningen.

Navorderingtermijn

Op 26 februari 2010 heeft de Hoge Raad over de 12-jaars navorderingstermijn het volgende beslist:

- Bij in het buitenland opgekomen of aangehouden inkomsten of vermogensbestanddelen is het in beginsel toegestaan om een navorderingstermijn van twaalf jaar te hanteren.

- De Belastingsdienst moet bij het opleggen van deze navorderingsaanslagen redelijk voortvarend te werk gaan. Er zal enige tijd nodig zijn voor het verzamelen van informatie en voor het voorbereiden en vaststellen van de betreffende navorderingsaanslag.

 

Buitenlands onroerend goed

Moet ik inkomstenbelasting in box 3 betalen over mijn 2e woning in het buitenland?

In veruit de meeste gevallen geldt de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting en hoeft over de 2e woning
in het buitenland per saldo geen inkomstenbelasting te worden betaald.

Onder de huidige Wet IB 2001 zal een 2e woning vrijwel altijd behoren tot de grondslag van box 3. 
Woningen in box 3 moeten in beginsel worden gewaardeerd tegen de waarde in het economische verkeer,
waarbij het gemiddelde van de waarde op 1 januari en 31 december (vanaf het belastingjaar 2011 alleen de waarde per 1 januari) van een kalenderjaar moet worden aangegeven. Op grond van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting is deze aftrek gelijk aan het bedrag van de bijtelling.

 

Voorbeeld berekening aftrek voorkoming dubbele belasting

Stel vermogen box 3 in Nederland                                       € 120.000,-

Waarde tweede woning in Frankrijk                                     € 100.000,-

Totaal vermogen                                                                  € 220.000,-

Af: Aftrek ter voorkoming van dubbele belasting               € 100.000,-

Af: Heffingsvrij vermogen                                                   €   40.000,-

Heffingsgrondslag                                                               €   80.000,-

 

Verschuldigde inkomstenbelasting in box 3 = 1,2% van € 80.000,- = € 960,-. De aftrek voorkoming dubbele belasting bedraagt dus € 1200,- (=1,2% van de waarde tweede woning in Frankrijk). Er wordt dus geen belasting geheven over de waarde van de woning in Frankrijk.

 

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat u in veruit de meeste gevallen over de waarde van de 2e woning in het buitenland geen inkomstenbelasting in box 3 bent verschuldigd. Wel zal de Belastingdienst van u willen weten wat de herkomst is van het geld dat u heeft gebruikt voor de aankoop van deze woning. U moet daarom de 2e woning in het buitenland vermelden in uw aangiftebiljet inkomstenbelasting. Heeft u dat in het verleden niet gedaan, dan raad ik u aan gebruik te maken van de inkeerregeling.

 

 

Tekstvak:  Financieel OnderzoeksBureau Apeldoorn

Index

Even voorstellen

Buitenlands vermogen

Inkeerregeling

Spaarrenterichtlijn

Inkeerprocedure

Reacties

Interviews

FOBA

Contact