Het is topdrukte bij de Belastingdienst. Zwartspaarders melden er zich om hoge boetes te voorkomen. ‘Er regeert een angstcultuur.’

 

Het lijkt een gewoon belastingkantoor aan de Gasthuisvelden 11 te Breda. Toch worden hier dagelijks miljoenen euro’s witgewassen. Legaal witgewassen. Hier huist het zenuwcentrum van de Belastingdienst op het gebied van inkeerders. Dat zijn Nederlanders die geld buiten het zicht van de fiscus gestald hebben op buitenlandse bankrekeningen. Landgenoten die jarenlang spaargeld, een erfenis of zwart inkomen hebben gestald in België, Luxemburg of meer paradijselijke oorden als Bermuda, Trinidad of de Britse Maagdeneilanden.

Het is topdrukte voor Team 24, de acht fiscaal ambtenaren die alle inkeerders centraal boeken met een speciaal daarvoor ontworpen computerprogramma. Gemiddeld zeventig inkeerders per dag. Vaak gaat het om tonnen, soms miljoenen, heel af en toe tientallen miljoenen per spijtoptant. Om de toestroom te verwerken, heeft het departement 200 belastingmedewerkers speciaal getraind.

Begin 2009 waren de inkeerders op de vinger van een hand te tellen. Een dochter die van pa ongewild zwart geld gestort kreeg op een Zwitserse rekening. Het echtpaar dat na een geldopname in Luxemburg wordt beroofd en bevrijd wil worden van de angst.

In maart werd duidelijk dat Zwitserland niet langer gebrandmerkt wilde zijn als een belastingparadijs dat amper informatie uitwisselt met andere rijke westerse landen. Ofschoon de Alpenstaat zijn bankgeheim niet opgeeft, had de maatregel praktisch hetzelfde effect op zwartspaarders. Hun aantal groeide merkbaar.

Nog drukker werd het in Breda toen begin april in Londen de regeringsleiders en staatshoofden van de twintig rijkste industrielanden bijeenkwamen. Zij spraken af dat belastingparadijzen hard worden aangepakt als die weigeren hun bankgeheim op te heffen. Deel informatie over zwartspaarders met ons, eisen de Verenigde Staten, Frankrijk, Nederland en andere westerse landen. Jaarlijks lopen zij gezamenlijk naar schatting 150 mrd. aan belastinginkomsten mis door zwartspaarders.

In de nasleep van de G20-top in Londen besluit een hele groep belastingparadijzen verdragen te sluiten voor informatie-uitwisseling. Als daarna in juni ook nog bekend wordt dat de boete voor niet inkeerders naar maximaal 300% wordt verhoogd, is het hek van de dam. Tientallen inkeerders melden zich dagelijks.

De eindejaarsdrukte is goed verklaarbaar. Op 1 januari 2010 wordt inkeren duurder. Fors duurder. Over vermogen dat langer dan twee jaar in het buitenland staat wordt 15% boete berekend over de nog te betalen belasting. Staatssecretaris De Jager heeft aangegeven de boete in de loop van 2010 verder te willen verhogen. Een mogelijke volgende stap is dat de boete per 1 juli klimt naar 25%.

Pijnlijk prijzig wordt het als fiscale Opsporingsambtenaren zwartspaarders op de korrel hebben. Valt een brief van de belastinginspecteur met een verzoek om informatie op de mat, dan is boetevrij inkeren een gepasseerd station. Navorderingen met heffingsrente en boetes kunnen dan gemakkelijk oplopen tot de helft van het verzwegen vermogen.

Ton Apeldoorn merkt ook dat het boetevrije inkeerloket bijna dichtgaat. De voormalige Fiod-opsporingsambtenaar ging in 2005 met de VUT en heeft sindsdien zijn eigen adviesbureau Foba, dat is gespecialiseerd in inkeren. Hij heeft zevenhonderd cliënten geholpen met hungang naar Breda. Hun gezamenlijke vermogen: 120 mln. Totale opbrengst voor ’s lands schatkist: 30 mln.

‘Driekwart van de inkeerders is 60-plusser’, zegt Apeldoorn. ‘Ze hebben genoeg van de onzekerheid, de angst om gepakt te worden. En dat ze hun geld amper kunnen uitgeven in Nederland speelt ook wel mee.’ De meesten hebben hun geld verdiend met een eigen zaak, vaak contant geld. Een paar klanten brachten ieder rond de 10 mln. aan.’

Ook de Hilversumse fiscaal advocaat Sam Bharatsingh merkt een toename van het aantal inkeerders. ‘De laatste drie maanden hebben 150 mensen mij gevraagd of ze moeten inkeren of niet. Daarvan hebben er veertig à vijftig besloten om daadwerkelijk in te keren. Het gebeurt dus niet zo massaal als staatssecretaris De Jager wil doen geloven.’ De meesten van zijn cliënten hebben geld in Luxemburg of Zwitserland.

Van zijn clientèle zwartspaarders keert ongeveer een derde in. De meerderheid dus niet. Waarom niet? Bharatsingh: ‘Dit zijn mensen die meer dan tien jaar geleden met hun legaal verdiende spaarcentjes Nederland zijn ontvlucht omdat ze 72% inkomstenbelasting moesten betalen. Mensen nemen tussentijds geld op, ze besteden. Het bedrag dat ze nu zouden moeten betalen aan de fiscus is door de heffingsrente substantieel. Mensen hebben dat geld niet meer. Daarom nemen ze het risico om niet in te keren.’ Hij rekent voor dat een vrouw die in 1997 152.000 had gestald op een buitenlandse spaarrekening nu

32.000 moet betalen als ze inkeert: 23.400 aan belasting plus de boete. Bharatsingh laakt de informatievoorziening van de overheid. Die is niet altijd betrouwbaar vindt hij. ‘Toen in de krant stond dat Luxemburg zijn bankgeheim zou opheffen, kreeg ik ineens veel mensen aan de deur. Maar de berichtgeving klopt niet. Nederland en Luxemburg hebben weliswaar een informatie-uitwisselingsverdrag gesloten, maar het bankgeheim wordt niet opgeheven. Er regeert een angstcultuur.